Bubbles ’n’ Bites wijn in de Top 100 Italian Wines 2016.

De beroemde wijnschrijver James Suckling heeft Il Rosso van Decugnano dei Barbi op plaats 80 gezet. Daarmee bevestigt hij wat wij natuurlijk al lang wisten Deze wijn is bijzonder en verdient meer bekendheid en waardering.

James gaf ‘m al eerder 94/100 punten en heeft hem nu dus ook op de tachtigste plaats van zijn top 100 gezet. Aandacht gegarandeerd want deze wereldwijd gerespecteerde wijnrecensent is een voormalig redacteur van Wine Spectator en bestiert nu zijn eigen site JamesSuckling.com.

Maar laten we het even over de wijn en zijn maker hebben. Hoewel de regio Orvieto (Umbrië) bekent is om zijn witte wijnen, zijn wij voor een rode gevallen. Il Rosso, de top rode wijn van het huis Decugnano dei Barbi, is een blend van Sangiovese, Syrah en Montepulciano en gedeeltelijk gerijpt  op Frans eiken hout voor 12 maanden. De wijn heeft een volle body en zachte tannines. Een stoere Italiaan, voortgekomen uit de samenwerking van vader Claudio Barbi en zoon Enzo. Geboortegrond is het zonnige heuvellandschap van Fossatella di Corbara. Op een ondergrond van klei, mergel en fossiele schelpen zijn daar de Decugnano wijngaarden te vinden.

Ben je in de gelegenheid, bezoek Decugnano dei Barbi zeker. De klasse van het domaine, de traditionele gebouwen en de schitterende omgeving zullen je versteld doen staan. Je kunt er genieten van een sfeervolle wijnproeverij of zelfs een hele vakantie boeken in de fantastische villa op het landgoed.

Kijk voor de wijnen van Barbi op de webshop van Bubbles ‘n’ Bites

ilrosso-big

Rode wijn is goed voor je lever.

Eens in de zoveel tijd komt het ‘drink-je-slank-nieuwtje’ over rode wijn weer langs in de pers. Vooral vrouwen bladen schrijven dan uitgebreid over onderzoeken die uitwijzen dat wijn drinken goed is voor de lijn. Vervolgens wordt er dan weer in andere (serieuzere) pers gesproken over de onzin hiervan. Alcohol is nooit goed, je wordt er juist dik van en en het tegendeel zou nog nooit wetenschappelijk en onomstotelijk zijn aangetoond.

Tot zover geen nieuws over dit ‘nieuws’. Dus toen er vorige week weer een bericht opdook over een onderzoek dat zou aantonen dat ‘rode wijn helpt bij afvallen’, zijn we op onderzoek gegaan. Wat blijkt is dat The Journal of Nutritional Biochemistry een onderzoek heeft gepubliceerd waaruit blijkt dat een van de rode kleurstoffen (elegisch zuur) in druiven de lever helpt om vet sneller te verbranden. De Oregon State University heeft het onderzoek uitgevoerd. Onderzoeksleider Neil Shay benadrukt wel dat de stof niet als een wonderlijk afvalmiddel beschouwd mag worden. Er is niet geconstateerd dat de stoffen een gunstige invloed zouden hebben op het lichaamsgewicht. We moeten het dus meer zien als een makkelijke en vriendelijke manier de vetverbranding in de lever te verhogen en zo de leverfunctie van mensen (met overgewicht) te verbeteren.

Shay sluit hiermee aan bij de groep mensen die de boodschap willen uitdragen dat bepaalde voedingsmiddelen bijdragen aan onze gezondheid. ‘Als je boodschappen doet en je weet dat een bepaalde soort groente of fruit goed is voor een aandoening die je hebt, dan is de keuze toch een stuk makkelijker?’

Wij zijn het hier helemaal bij eens. En omdat voorkomen beter is dan genezen, nemen we vanavond een lekker glas rode wijn. Want we willen natuurlijk geen vette lever!

Chique friet van Sergio Herman

Goeie frites zijn een ‘guilty pleasure’ van topchef Sergio Herman. Daar kunnen wij ons wel in vinden. En omdat de man niet alleen van lekker koken houdt maar ook het marketingvak tot in de puntjes beheerst en feilloos lijkt aan te voelen waar alle Nederlandse Culies op zitten te wachten, start hij een keten (van 5) patatzaken. Huh..sorry..Frites Ateliers.

In juni opent het eerste atelier haar deuren aan de Venestraat 7 in Den Haag. Zoals we van hem gewend zijn, zijn alle onderdelen van het Frites Atelier-concept helemaal uitgewerkt. De interieurs zijn van de hand van Piet Boon, de in brons gegoten fornuizen van Frederik Molenschot en het personeel loopt in kleding van Robine Lempers (Fashion for Companies). De frietsausjes zitten in potten die speciaal gemaakt zijn door Cor Unum. Dit keramisch productiehuis leidt studenten op om bepaalde ambachtstechnieken toe te passen maar helpt bv ook mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Heel maatschappelijk verantwoord, dus is het extra leuk dat op de servetten cartoons van Kamagurka komen.

Vergeten we bijna waar het allemaal om draait. Om friet dus. Chique frites.
Herman is al tijden aan het proeven, testen en bakken geweest. Vele aardappelrassen, frituurtechnieken en natuurlijk toppings. Uiteindelijk heeft hij 5 sauzen gecreëerd: basilicum, peper, truffel, béarnaise en classic Belgische mayo. Deze zullen regelmatig wijzigen zodat je altijd een reden hebt om terug te komen. Om de prijs hoef je dat trouwens niet te laten. Moest je tot nu toe sparen om een avondje Sergio Herman-eten te kunnen bekostigen, binnenkort betaalt je slechts €3,50 tot € 6,- voor 250 gram Sergio frites.  En een portie biologische Zeeuwse groenten heb je al vanaf € 5,-

Verwacht geen kroketten en frikadellen. Daarvoor moet je naar Frietje van Pietje. En die zit altijd wel ergens in de buurt.

sh3

http://fritesatelieramsterdam.com

 

Erwin Olaf voor Ruinart

Champagnehuis Ruinart gaat al sinds 1896 verschillende vormen van samenwerking aan met kunstenaars. Alphonse Mucha tekende als eerste voor een (toen) spraakmakende jugendstil advertentie. Nederlanders zijn inmiddels ook in trek bij Ruinart. In 2009 en 2011 werd kunstenaar Maarten Baas ingeschakeld en in 2013 was de eer aan designer Piet Hein Eek. Dit jaar is fotograaf Erwin Olaf gevraagd en, oh verrassing, deze heeft er iets heel bijzonders van gemaakt.

Olaf is de crayères van het oudste Champagnehuis (sinds 1729) ingedoken en heeft in 26 zwart/wit beelden sereniteit van de wijnkelder vastgelegd. Krijtrots muren, schimmels en flessen in ruste. Een indrukwekkende serie is het geworden. De verpakking van de hand van Erwin Olaf, de zgn cellar-case, is geïnspireerd op de sporen die mensen in de loop der tijd achterlieten op de muren van de kelders. Wil je de werken van Olaf zien dan moet je bijvoorbeeld naar Berlijn. Op 28 april worden ze tijdens het Gallery Weekend tentoongesteld.

Cratères van Ruinart  Olaf3

44

. exposition Erwin Olaf. Ruinart. Carrousel du Louvre. 03/2016 © david atlan

 

 

 

Bubbles ‘n’ Bites lid van Associatie van Wijndocenten

Bubbles ’n’ Bites is vanaf januari officieel aangesloten bij de Associatie van Wijndocenten. En daar zijn we natuurlijk super trots op.

De AWD is een groep van onafhankelijke en ervaren wijndocenten, verspreid over heel Nederland. De leden zijn geselecteerd op vakkundigheid, professionaliteit en hun passie voor het product. Regelmatig komen zij bij elkaar om hun kennis en ervaringen te delen en de actualiteiten in Wijnland door te nemen. Door het vaak bezoeken van wijnproeverijen, wijngebieden en aan wijn gerelateerde evenementen, houden zij zowel smaakpapillen als theorie in topconditie.

De Associatie van Wijndocenten staat voor: ‘vakkundig, boeiend, leerzaam en betrouwbaar’.

Kortom; een club waar Bubbles ’n’ Bites graag bij wil horen.

Als enige wijnbedrijf in Noord-Nederland is Bubbles ’n Bites aangesloten bij de AWD. Volg je een wijncursus bij Bubbles ‘n’ Bites dan ben je dus verzekerd van een goede leerschool. Met een afgeronde cursus kan je meedoen aan een van de landelijk SDEN* examens.

Kijk voor meer informatie over de AWD op http://www.wijndocent.nl

*SDEN staat voor Stichting Dranken Examens Normering. Deze stichting stelt examens op en vast, houdt toezicht op het proces van examineren en beoordelen van de resultaten. De SDEN onderscheidt 5 opleidingsniveaus. De cursussen 1,2 en 3 worden door heel Nederland georganiseerd. De Wijnacademie is de enige gecertificeerde opleider die SDEN 4 niveau (Vinoloog) en SDEN 5 (Magister Vini). Alleen met een SDEN 3 diploma kan toegang verkregen worden tot de Vinologen opleiding.

Italiaanse iconen – Spaghetti alla Carbonara

carbonara5.jpg

Omdat we het maar niet kunnen laten doen we er nog eentje. Italiaanse iconen. In dat rijtje hoort Spaghetti alla Carbonara zeker thuis en niet in de laatste plaats om de discussies over het ware, authentieke recept ervan.

Maar Italianen steggelen zelfs over de herkomst ervan. In geen enkel (kook)boek van voor 1930 wordt Spaghetti alla Carbonara genoemd.  Er zijn mensen die dit als bewijs zien voor ‘the American Connection’. Na de bevrijding van Rome in 1944 zouden Amerikaanse soldaten met hun rantsoen van eieren en gerookt spek deze iconische pasta hebben bedacht. Echter, de romantici onder ons denken dat het een moderne versie van het Romeinse gerecht “cacio e ova” is. Schrijfster Lidia Bastianch geeft het mooiste herkomstverhaal. Herders zouden met hun kudde schapen in de Appenijnen gezworven hebben met niets anders te eten dan bacon. Creatief als ze waren maakten ze zelf kaas van de melk van hun schapen en bemachtigden af een toe een ei.  Et voilà; een boeren Carbonara!

Genoeg over de geschiedenis. De meest triviale vraag voor iedere Chef die Spaghetti alla Carbonara gaat koken is: “To Cream or Not To Cream”. We neigen naar het laatste. Ook de meeste Italianen beweren dat een goede Carbonara alleen eieren, kaas en guanciale (spek van varkenswang) nodig heeft. Dat lijkt duidelijk maar is toch niet duidelijk genoeg. Want gebruiken we een heel ei of alleen het eigeel? Welke kaas moeten we hebben? Parmiginao of pecorino? En mag er misschien nog wat knoflook door en een uitje misschien? Anna Rosetti, autoriteit op het gebied van de Old School, traditionele Italiaanse keuken is streng. Room is volgens haar een absolute ‘no go’ en met de overige ingrediënten mag slechts af en toe een kleine variatie gemaakt worden.

Amateur koks dienen een belangrijke valkuil goed in de gaten houden. Je wilt natuurlijk ten alle tijden voorkomen dat je Spaghetti alla Carbonara een soort scrambled eggs-pastaprut wordt. Dit gebeurt wanneer je de rauwe eieren met hete, gekookte pasta in een pan boven het vuur met elkaar mengt. Komt de temperatuur in de pan boven de 75 graden dan krijg je roerei in de spaghetti. Het is dus de kunst om een soort smaakvolle zabaglione van de eieren en kaas te maken. Om dit te bereiken kluts je de eieren (probeer gerust alleen de dooiers) en de kaas  in een aparte kom. Vervolgens verwarm je deze voorzichtig au-bain-marie op om het geheel dan pas aan de pasta toe te voegen. Je houdt de temperatuur (lees: 75-graden-grens) van het gerecht goed in de gaten. Geen keukenthermometer bij de hand? Draai dan gewoon het vuur onder de pan uit. Lekker praktisch!

De kleingesneden guanciale moet zacht uitgebakken worden totdat het lekker knapperig is. Heeft je buurtsuper geen guanciale in het assortiment (oow jee), probeer het dan eens met half bacon en half gerookt ontbijtspek. Pancetta kan ook.

Tenslotte zult gij alleen vers gemalen zwarte peper gebruiken en nooit (!!) penne of macaroni.
Klik hier voor het Bubbles ’n’ Bites recept van Spaghetti alla Carbonara.

Wat drinken we hierbij? Vanzelfsprekend is Italiaans rood. Een stevige Chianti of een mooie Montepulciano. De wijnen moeten genoeg tannines hebben om de stevige vleessmaken en de filmende olie in de pasta westkant te bieden. Ook leuk om te proberen is een houtgerijpte witte Mâcon, Bourgogne.

 

Italiaanse iconen: Tiramisu

tiramisu-genieten-van-een-heel-bekend-italiaans-dessert.jpg

Er bestaan geen foodbloggers die er nog nooit over geschreven hebben. Ieder zichzelf respecterend Italiaans restaurant heeft het op de kaart staan. Noem een willekeurig culinair tijdschrift en het heeft ergens in de archieven een ranglijst van chefs die de ‘best in town’ maken. En hebben we niet allemaal ergens in een oud kookschrift een handgeschreven recept van de lekkerste toet ooit? Natuurlijk!

Tiramisu is, samen met de pizza, de ambassadeur van la cucina Italiana, La Dolce Vita, …
Herkenbaar aan het heerlijke donkere laagje cacao poeder en de afwisselende laagjes biscuit en room. Aan het puntje dat altijd veel te klein lijkt als je het voorgezet krijgt en uiteindelijk toch weer te groot blijkt om volledig op te eten na een uitgebreid diner.

Geen wonder dat de strijd om de beste versie van dit iconische dessert nog wereldwijd gaande is. In Amerika gaat de battle tussen Café Tiramisu in het Financial District van San Francisco en Via Quadronno in de Upper East Side, New York. Zelfs in Frankrijk denken ze dat ze er wat van te kunnen, ohlala! In Casa Bini in Saint-Germain-Des-Prés, Parijs om precies te zijn. Er wordt ook regelmatig gesteggeld over wie de grootste heeft. Het Guinness World Record was in handen van The Gulf Hotel in Bahrain met een tiramisu van 1.969 kg. In mei werd er een nieuw record gerealiseerd door de Associazione Conserva (whatever that may be) in Gemona del Friuli, Udine, Italië. Zij maakten een nieuwe tiramitoet van 3.015 kg. En zo is de nationale trots van de Italianen hersteld. 

Bekende chefs vinden het leuk om hun eigen draai aan tiramisu te geven. Heston Blumenthal van The Fat Duck in Berkshire, UK maakt een tiramisu die in geen velden of wegen daarop lijkt. Hij zet zijn gasten namelijk een bloempot met eetbare aarde en kruiden van chocolade voor de neus. De hemelse modder is gemaakt van o.a gecaramelliseerde witte chocolade die eruit ziet als ouderwetse Caramac repen. Juist omdat het zo verkeerd lijkt om een tuincentrum aankoop te verorberen, is het zo super lekker. Andrea Berton maakt een tiramisu onder een laagje cacao waardoor het zoete goud onbereikbaar lijkt. Carlo Cracco fabriceert een gestoomde versie die misschien niet in eerste instantie verleidt maar wel origineel is. De bokkepoot-tiramisu van Elle Eten is ook origineel en wel heel fotogeniek. Caffè Pompi in Rome ging helemaal los en maakt onherkenbare timamisu’s met aardbeien, pistache, banaan en piña colada.

Kijk ook naar Blumenthal op YouTube

Allemaal goed en wel, maar waar kunnen we in Nederland dan terecht voor een goede dolce. Bijvoorbeeld bij La Storia in Wijdewormer. Absolute toppizzeria van de zoon van de beroemde Mario Uva. Met een beetje geluk heeft restaurant Mario (next door) ook de variant naar familierecept op het menu staan. Of denk aan Toscanini in Amsterdam. Tref je het dessert aan op hun wisselende menukaart, probeer hem dan zeker uit. En ach, misschien moet je gewoon zelf aan de slag om voor jouw versie eeuwige roem en bewondering in je familie- en vriendenkring te verwerven. Handige tips en weetjes mocht je deze weg willen inslaan:

– zoek naar de beste mascarpone die je kunt vinden. Dit ingredient is van groot belang.
– zorg voor kakelverse eieren op kamertemperatuur.
– de lange vingers (of andere biscuits / cake-achtigen) mogen niet te nat zijn. Ze mogen niet uiteenvallen maar moeten wel zo vochtig zijn dat ze als het ware versmelten met de rest.
– wees voorzichtig met de suiker want je moet de koffie nog wel kunnen proeven.
– neem de tijd. De beste tiramisu heeft minstens een aantal uren staan rusten in de ijskast.

Download hier het recept van een klassieke tiramisu.

Tenslotte dit nog even. Hoe gek we ook op wijn zijn, bij een goede tiramisu drink je geen wijn. Ook geen dessertwijn. Bestel een goede espresso of een doppio.

Bokkenpootjes van tiramisu reference
De bokkepootjes-tiramisu van Elle Eten

tiramisu bertonDe tiramisu van Berton

tiramisu cracco
Gestoomde versie van Cracco

tiramisu pompi
De aardbeien van Pompi in Rome

Italiaanse iconen: Pasta Amatriciana

amatriciana.jpg

In Frankrijk kunnen ze er wat van. Maar in Italie ook; eindeloos discussiëren over gerechten. Het lijkt een soort nationale hobby waar iedereen zich mee bezighoudt. Van jong tot oud, Italianen hebben allemaal een mening over welke ingrediënten er wel of niet thuis horen in een recept, waar het gerecht oorspronkelijk vandaan komt en wie tegenwoordig de beste versie maakt (oma of de trattoria om de hoek).

De ‘Italian Icon’ van deze week is Pasta Amatriciana. Een gerecht dat ogenschijnlijk zo simpel is dat wij Hollanders ons nauwelijks kunnen voorstellen dan je daar veel over kunt steggelen. Toch is het zo.

Deze pasta rode saus heeft slechts een paar ingrediënten op haar boodschappenlijst staan en daar begint de discussies al gelijk. Een bekende Italiaanse chef haalde zich, een tijd geleden, een hoop ellende op de hals door in een tv programma te zeggen dat hij een teentje ongepelde knoflook in zijn Amatriciana doet. Fout! De burgermeester van  het dorp Amatrice (vermeende herkomst gemeente van de dish in kwestie) stuurde hierop hoogst persoonlijk een bericht naar de TV zender. Zijn schrijven bevatte een lijst met de enig toegestane ingrediënten: guanciale, pecorino, San Marzano tomaten, witte wijn, peper en chili peper. Tijdens de verhitte strijd die er vervolgens ontstond, verkreeg Pasta Amatriciana wel het officiëlele predikaat ’streekgerecht’. Een – nul voor de burgervader dus.

Voor de leesbaarheid van dit artikel vergeten we de andere discussie over de exacte afbakening van de herkomst regio van ons pastagerecht en gaan we gelijk door naar de overige strikte regels die gelden. Want denk vooral niet dat je nu met je goedgekeurde lijstje naar de supermarkt kan om zelf aan de slag te gaan voor een lekker pasta maaltje. Pasta = pasta? Niet in Italië. 

– Gebruik voor je pasta Amatriciana alleen spaghetti en vooral geen bucatini.
– Hoewel Amatriciana van origine een pasta witte saus was, mogen er sinds 1800 wel tomaten gebruikt worden. Uit San Marzano wel te verstaan. In vergelijking met Roma tomaten zijn deze langer en puntiger van vorm. Het vlees is steviger, ze bevatten minder zaadjes en de smaak is sterker, zoeter en minder zuur.
– Maak alsjeblieft niet de fout om guanciale te vervangen door gewone bacon. Guanciale is namelijk gemaakt van varkenswang en wordt gezien als een nobel, zeer aromatisch stuk vet dat veel delicater is dan gewoon spek. Gebruik 50 gram per persoon.
– Gebruik ook nooit tomatensaus maar alleen gepelde tomaten. Ja, van die San Marzano puntjongens dus. 250 gram voor 4 personen is genoeg. Het resultaat mag roze zijn ipv donker rood.
– Sprenkel wat witte wijn over de guanciale om het vervolgens te laten verdampen. Dit zou precies de juiste zuurgraad aan het gerecht geven.
– Gebruik de pecorino die gemaakt wordt in Amatrice zelf. Deze is minder zout maar lekker pittig in de smaak.

Ben je na het lezen van dit verhaal niet ontmoedigd maar juist geïnspireerd om de keuken in te duiken, leef je dan uit op dit Italian Icon-gerecht. Experimenteer met de ingrediënten, toevoegingen of combinaties. Want af en toe is het best lekker om de regels aan je laars te lappen!

Wijntip: een lichte rode Italiaanse wijn als een Barbera d’Asti.

 

San Marzano tomaten

Guanciale ThickSlice

Guanciale 

Italiaanse iconen: fritto misto

fritto-misto.jpg

“Zelfs de schoenen van je grootmoeder smaken goed gefrituurd”, dit is een oud Toscaans spreekwoord waar we niets tegen in kunnen brengen.

De Italianen gebruiken “frittura”, de coating zeg maar, voor alle denkbare ingrediënten om deze vervolgens te frituren. In het hele land is de Fritto Misto mateloos populair. Vooral in de zomermaanden wordt dit gerecht vaak besteld in restaurants, ook door toeristen. Realiseer je wel dat je nergens dezelfde fritto misto kan verwachten (dit in verband met je wijnkeuze!).

Langs de kust van Italië is de “fritto misto all’italiana” een bord vol gefrituurde calamari, garnalen en inktvis tentakels. In Piemonte krijg je vooral veel (seizoen)groenten, aangevuld met kalfshersentjes (jaja), brochettes van kaas en prosciutto, room en amaretti.  In de Marken krijg je het gerecht altijd met gefrituurde olijven gevuld met een soort gehakt en geserveerd met gefrituurd griesmeel (semolina), gefrituurde courgettebloemen en lamskoteletten. In Venetië krijg je kleine gefrituurde visjes in een soort puntzak en Napels krijg je een hele batterij smaken om de oren. Hier geen vis, met uitzondering van een paar ansjovisjes, maar plakken mozzarella, bloemkool en artisjokken in de winter en aubergine in de zomer.

Belangrijke tips om zelf aan de slag te gaan

– Het vet.
Er zijn veel soorten olie verkrijgbaar waarmee je kunt frituren. Kies er eentje die tegen hoge temperaturen kan en een hoog ‘rookpunt’ heeft. Het rookpunt is de temperatuur waarboven de olie niet verhit mag worden omdat er anders giftige stofjes vrij kunnen komen. Een aanrader is pinda/arachide olie. Deze heeft een hoog rookpunt en zal de smaak van je fritto misto niet overheersen.

– De ingrediënten.
Zorg dat de ingrediënten op kamertemperatuur zijn en helemaal droog. Het spreekt voor zich dat alleen de beste kwaliteit goed genoeg is. Het formaat van de ingrediënten moeten ongeveer gelijk zijn.

– Geen zout.
Voeg nooit zout toe voordat je gaat frituren anders zal de korst tijdens het frituren loslaten.

– Pan.
Afgezien van een frituurpan kun je ook een platte, brede gietijzeren pan met dikke bodem gebruiken. Zo kun je de olie mooi gelijkmatig en geleidelijk verhitten.

– Temperatuur.
Verhit het vet niet boven de 180 graden Celsius. Gebruik eventueel een keukenthermometer.

 

Tenslotte de beste wijn-spijs combinatie. Denk aan wit met fris fruit en goede zuren. Vooral geen houtgerijpte zware jongens. Misschien een Pinot Grigio of een sprankelende Franciacorta. Wil je rood, zoek dan een wijn uit die ook lekker iets gekoeld gedronken kan worden. Een Pinot Noir bijvoorbeeld.

 

fm2

Zeg, ken jij de mosselmaand?

mossel.jpg

Het mosselseizoen begint officieel in juli en duurt tot april. Weinig mensen weten dat en hebben het idee dat er alleen mosselen gegeten kunnen worden als de “r” in de maand zit. Buig dit ezelsbruggetje maar om naar: “… als de “r” in het seizoen zit!” Mosselen zijn er in de zomer, winter en herfst.

Dus hup, naar de visboer voor een paar kilo van deze verse schelpdieren. De mosselen uit Zeeland komen als eerste in de winkels en ze zijn mooi groot en heerlijk zilt dit jaar.

 

Schaal- & Scheldedieren en Wad-weetjes

 

De Hollandse mossel komt of uit de Waddenzee of uit de Oosterschelde. 

Ze zijn niet alleen lekker maar ook heel gezond. Mosselen bevatten veel eiwitten en weinig vet. Ze zijn rijk aan mineralen, kalk, fosfor en vitaminen. Bovendien bevatten ze onverzadigde vetzuren wat weer een positieve uitwerking heeft op je cholesterolgehalte.

Wist je trouwens dat de naam van de mosselsoort iets zegt over de grootte van de schelp en niets over de inhoud van het mosselvlees? Dus het is niet zo dat een grote schelp automatisch veel vlees bevat.

Er zijn witte en oranje mosselen. Dit heeft niets te maken met het geslacht van het diertje. Net als bij mensen komt dit kleurverschil door genetische verschillen. De ene heeft wat meer pigment dan de ander.

De meeste mosselen die je in de winkel koopt zijn zand- en baardvrij. Alleen kort spoelen voor je ze gaat bereiden is genoeg. Laat je ze te lang in water staan dan gaat de authentieke zilte smaak eraf.

Rauwe mosselen geven tijdens het koken een heerlijk zilt en aromatisch vocht af. Zonde om weg te gooien dus maak er bijvoorbeeld een heerlijke vissaus van.

Mosselen die na het koken dicht blijven, zijn niet bedroven of kapot. Ze hebben gewoon een sterkere sluitspier dan de rest! Je kunt ze best voorzichtig openen met een mesje. Heel soms kom je dan een slikmossel tegen die zich heeft volgezogen met zand.